![]() |
||||||
|
Nieuwsbrief nr. 9 |
|
18 november 2010 | |||
Rijden onder invloed van alcohol - Resultaten van de gedragsmeting 2009 |
|
|||||
Beste lezer, Sinds 2003 organiseert het BIVV om de twee jaar een gedragsmeting betreffende het rijden onder invloed van alcohol. Deze actie wordt steeds in de maanden oktober en november georganiseerd. De laatste editie vond plaats in 2009. Daarbij kon het BIVV opnieuw rekenen op de steun van de lokale en de federale politie, die in het kader van deze meting bijna 500 alcoholcontroles van telkens één uur uitvoerden. Bij meer dan 12.000 bestuurders werd een ademtest afgenomen. De controles gebeurden op onvoorziene tijdstippen en plaatsen en werden over heel het Belgisch grondgebied gehouden. De meting is bedoeld om het gedrag van de weggebruikers m.b.t. het rijden onder invloed van alcohol (ROI) van nabij te kunnen volgen. Alcohol is inderdaad één van de belangrijkste oorzaken van verkeersonveiligheid. Alcohol tast de rijvaardigheid aan, zelfs bij een relatief geringe consumptie. Het ongevalsrisico neemt exponentieel toe naarmate de gebruikte hoeveelheid hoger ligt. Naar aanleiding van de lancering van de eindejaarscampagne BOB, geven we in deze nieuwsbrief een overzicht van de belangrijkste resultaten van de gedragsmeting 2009. Het volledige onderzoeksrapport zal begin 2011 beschikbaar zijn. Het globale percentage bestuurders onder invloed (dit wil zeggen het percentage gecontroleerde bestuurders waarvan het alcoholgehalte hoger dan of gelijk aan 0,22 mg/l Uitgeademde Alveolaire Lucht(1) is) bedroeg 2,6% in 2009. Dit percentage geeft het aantal bestuurders weer dat positief testte in verhouding tot het totale verkeersvolume. Dit resultaat wordt dus sterk bepaald door het percentage bestuurders onder invloed op tijdstippen dat er het meeste verkeer is, nl. op weekdagen. Zoals ook tijdens de vorige metingen zien we echter grote verschillen in het percentage bestuurders onder invloed al naargelang het tijdstip van de week of het type bestuurder. Alcohol achter het stuur is inderdaad een probleem dat zich vooral ‘s nachts stelt. De frequentie van ROI is ‘s nachts heel wat hoger dan overdag, zowel tijdens de week als tijdens het weekend. De weekendnachten (vrijdag-, zaterdag- en zondagnacht van 22u tot 6u) blijken de gevaarlijkste te zijn, met bijna 13% van de gecontroleerde gebruikers die positief testen. Maar het rijden onder invloed tijdens weeknachten vertoont ook een verontrustende evolutie en bereikte 6,7% in 2009. Tijdens weekendnachten is het aandeel van de bestuurders dat veel gedronken heeft (≥ 0,35 mg/l UAL) lichtjes hoger dan het aandeel van de bestuurders met een « alarm » resultaat (≥ 0,22 en < 0,35 mg/l UAL) en doet er zich sinds 2003 een progressieve stijging voor van het globale percentage bestuurders onder invloed. Dit betekent dat de weekendnachten meer dan ooit een risicoperiode zijn. Ook wat betreft de leeftijdscategorie kwam men tot belangrijke resultaten. De categorie 40-54 jaar is de leeftijdscategorie waarin het percentage bestuurders onder invloed het hoogst is (3,3% voor heel de week). Bovendien heeft een meerderheid van de bestuurders van meer dan 40 jaar die positief testen, een alcoholconcentratie die hoger is dan 0,35 mg/l UAL. In de jongste leeftijdscategorie zijn het de concentraties tussen 0.22 en 0.35 mg/l die het meest voorkomen. Uit meerdere studies blijkt echter dat het ongevalsrisico bij gelijk alcoholgebruik hoger is bij jongere bestuurders dan bij de andere bestuurders. Uit de ongevallenstatistieken blijkt dat, ondanks het lagere alcoholgebruik bij jongere bestuurders, het percentage ongevallen te wijten aan alcoholgebruik bij jongere en oudere bestuurders ongeveer gelijk is. Door het percentage bestuurders onder invloed dat betrokken is bij een letselongeval te vergelijken met het totale percentage bestuurders onder invloed vastgesteld tijdens de gedragsmeting kan men de toename van het ongevalrisico berekenen waaraan de bestuurder onder invloed zichzelf blootstelt in vergelijking met een nuchtere bestuurder. We stellen hierbij vast dat een bestuurder van 18 tot 25 jaar oud die onder invloed rijdt 17,5 keer meer risico op een ongeval heeft in vergelijking met een nuchtere bestuurder. Voor bestuurders van 40 tot 54 jaar is dit risico daarentegen “slechts” 5 maal hoger(2). Het percentage bestuurders onder invloed varieert ook naargelang de herkomst van de bestuurder. De resultaten zijn weinig verrassend: bestuurders zijn het meest geneigd tot drinken en rijden na een bezoek aan een horecazaak of na een avondje uit. Dit is ook het geval – zij het in mindere mate- na andere sociale activiteiten zoals een familie- of vriendenbezoek of een sportieve activiteit. Van de personen die terugkwamen van een horecabezoek was in 2009 een verontrustend hoog percentage van 21.3% onder invloed van alcohol. Dit percentage was iets lager voor wat betreft bestuurders op de terugweg van een avondje uit of een discotheekbezoek (14.9%). Daarvan legden bijna alle personen (12,7%) een ademtest af boven of gelijk aan 0,35 mg/l UAL. Er werd geen verschil vastgesteld inzake ROI tussen personen die van hun werk terugkeerden en personen die van hun woonplaats kwamen. Het ROI-percentage was weliswaar het laagst in deze twee categorieën, maar de meerderheid van de gecontroleerde bestuurders kwam van zijn woonplaats of van zijn werk. Het absolute aantal bestuurders onder invloed dat van deze twee plaatsen vertrok, was dus helemaal niet zo klein. Tot slot stelden we geen verschil vast tussen het aantal bestuurders onder invloed al naargelang de woonplaats. De percentages zijn vergelijkbaar in Vlaanderen en in Wallonië. Er zijn geen conclusies mogelijk voor Brussel, gezien het geringe aantal uitgevoerde controles in het kader van deze studie. Eén significant verschil dat we ook in deze editie van de gedragsmeting hebben vastgesteld is dat mannen vaker onder invloed van alcohol rijden dan vrouwen (3,3% tegen 1,5%). De resultaten van deze gedragsmetingen tonen aan dat blijvende inspanningen nodig zijn om het probleem van het rijden onder invloed van alcohol aan te pakken. De weeknachten en vooral ook de weekendnachten zijn risicoperiodes. BOB-campagnes in combinatie met met controles blijven een noodzaak opdat de objectieve en subjectieve pakkans voldoende hoog is om mensen ervan te overtuigen dat rijden en drinken niet samengaan. (1) Het alcoholgehalte wordt hier uitgedrukt in mg/l uitgeademde alveolaire lucht (UAL). We gebruiken het begrip « bestuurder onder invloed » voor alle bestuurders met een alcoholgehalte hoger dan of gelijk aan de wettelijke limiet van 0,22 mg/l UAL. Deze bestuurders worden nog onderverdeeld in bestuurders met een « alarm » resultaat (≥ 0,22 en < 0,35 mg/l UAL) en bestuurders met een « positief » resultaat (≥ 0,35 mg/l UAL). De alcoholconcentraties van 0,22 en 0,35 mg/l UAL stemmen overeen met een hoeveelheid alcohol in het bloed van respectievelijk 0,5 en 0,8 g/l. (2) Meer details in Casteels et al. (2010) « Statistieken verkeersveiligheid 2008 ». BIVV, Brussel. en Dupont et al (2010) « Verlaagde alcohollimiet voor onervaren bestuurders en bestuurders van grote voertuigen : 0,2 ‰ ». BIVV, Brussel.
|
||||||
![]() |
||||||